{"id":1102,"date":"2026-01-25T20:39:06","date_gmt":"2026-01-25T20:39:06","guid":{"rendered":"https:\/\/www.vbnl.org\/?p=1102"},"modified":"2026-01-25T20:59:55","modified_gmt":"2026-01-25T20:59:55","slug":"consultatiereactie-vbnl-bij-voorstel-tot-wijziging-van-de-wet-bekosting-financieel-toezicht-2019-wbft-2019","status":"publish","type":"post","link":"https:\/\/www.vbnl.org\/en\/2026\/01\/25\/consultatiereactie-vbnl-bij-voorstel-tot-wijziging-van-de-wet-bekosting-financieel-toezicht-2019-wbft-2019\/","title":{"rendered":"VBNL's consultation response to the proposal to amend the Financial Supervision Funding Act 2019 (WBFT 2019)"},"content":{"rendered":"\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Datum: 25 januari 2026<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Inleiding<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De Verenigde Bitcoinbedrijven Nederland (VBNL) is de Nederlandse branchevereniging van aanbieders van cryptoactivadiensten.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De VBNL heeft kennisgenomen van het <a href=\"https:\/\/www.internetconsultatie.nl\/wijzigingwbft2019\/b1\">concept voorstel voor wijziging van de Wet bekostiging financieel toezicht 2019<\/a> (hierna: het Voorstel). Aanleiding voor het Voorstel zijn twee uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) over de bekostiging van het financieel toezicht. Een van de betreffende zaken is aangespannen door leden van de VBNL.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">In de uitspraken oordeelde het CBb dat tekorten bij de begrote opbrengsten uit eenmalige handelingen, zoals vergunningsaanvragen, niet in hetzelfde jaar via de heffing voor het doorlopend toezicht aan de overige sectorpartijen mogen worden doorberekend. Verder oordeelde het CBb dat het doorbelasten van kosten voor eenmalige handelingen via het exploitatiesaldo alleen is toegestaan, indien dit in overeenstemming is met het zorgvuldigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De VBNL maakt hierbij graag gebruik van de gelegenheid om een reactie te geven op het Voorstel.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Reactie op voorgestelde wijzigingen&nbsp;<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>Voorkoming van kruissubsidi\u00ebring<\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Het voorstel is in strijd met de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de Wbft 2019, zoals uitgewerkt in het rapport Maat Houden 2014. De reden daarvoor is dat op basis van het Voorstel meer ruimte ontstaat voor het doorbelasten van kosten van eenmalige handelingen via heffingen voor doorlopend toezicht (zgn. kruissubsidi\u00ebring).&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Artikel 13 lid 2 Wbft 2019 bevat de uitgangspunten van de systematiek op basis waarvan de kosten van de toezichthouders in rekening worden gebracht. Het gaat om een bepaling van fundamenteel belang. Waar artikel 13 lid 2 onderdeel c Wbft 2019 thans luidt dat \u201cde kosten van een eenmalige handeling ten laste [worden] gebracht aan de persoon voor wie die handeling is verricht\u201d, wordt voorgesteld dit te wijzigen in \u201ceen persoon voor wie een eenmalige handeling wordt verricht, betaalt daarvoor een vergoeding\u201d. Op basis van deze formulering is niet langer vereist dat de eenmalige heffing \u2013 in beginsel \u2013 kostendekkend is. Naar het oordeel van de VBNL moet van deze wijziging worden afgezien, nu deze haaks staat op de geldende bekostigingssystematiek.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De wetgever heeft een duidelijk onderscheid gemaakt tussen doorberekening op grond van individueel profijt enerzijds en doorberekening op grond van systeemprofijt anderzijds en \u2013 in lijn hiermee \u2013 onderscheid gemaakt tussen kosten voor eenmalige handelingen en kosten&nbsp; voor doorlopend toezicht. Dit onderscheid is gemaakt om rekening te houden met het uitgangspunt van het rapport Maat houden 2014 dat de bijdragen redelijk moeten zijn en gebaseerd op het \u2018veroorzaker betaalt\u2019-beginsel. Zie de Memorie van Toelichting bij de Wbft 2019:&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>\u201cDeze doorberekening is gebaseerd op het beleid van het rapport Maat Houden 2014 (\u2026). Op het terrein van de financi\u00eble markten is bij handelingen die de toezichthouders specifiek voor een persoon verricht sprake van individueel profijt en bij het doorlopend toezicht is sprake van systeemprofijt.\u201d<\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Zie ook de uitlatingen van de Minister van Financi\u00ebn tijdens een recent <a href=\"https:\/\/www.tweedekamer.nl\/kamerstukken\/commissieverslagen\/detail?id=2025Z18753&amp;did=2025D40570\">overleg met de vaste commissie voor Financi\u00ebn<\/a> op 11 september 2025:&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>\u201cAls het gaat om leges zorg ik bij DNB en de AFM voor onder andere kostendekkende vergunningsaanvragen. Daardoor hoeven bestaande financi\u00eble ondernemingen minder te betalen.\u201d<\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">In de huidige tekst van artikel 13 lid 2 onderdeel c Wbft 2019 is dan ook uitdrukkelijk bepaald dat de kosten van een eenmalige handeling ten laste worden gebracht aan de persoon voor wie de toezichthouder die handeling heeft verricht. De gedachte is dat het bij eenmalige handelingen gaat om concrete, vooraf bepaalde handelingen, waaraan specifieke bedragen kunnen worden verbonden. Deze kostentoedeling past in het kader van \u2018individueel toerekenbaar profijt\u2019 bij het karakter van de handelingen.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Dit uitgangspunt is <em>bevestigd<\/em> door het CBb in de uitspraken van afgelopen zomer die de aanleiding zijn geweest voor het Voorstel.&nbsp; Het CBb oordeelde dat het feit dat de onder toezicht staande instellingen ook systeemprofijt zouden hebben bij de beoordeling van de vergunningaanvragen van nieuwe aanbieders, niet wegneemt dat de wetgever voor ogen heeft gehad dat bij eenmalige handelingen sprake is van individueel profijt. Het CBb heeft bepaald dat de kosten daarvan dus moeten worden doorberekend aan de personen voor wie de betreffende handelingen zijn verricht.&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>Voorgestelde wijziging van artikelen 13 en 15 Wbft 2019<\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Het voorgaande betekent naar het inzicht van de VBNL dat dient te worden afgezien van de voorgestelde wijziging van de artikelen 13 en 15 Wbft 2019.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De huidige tekst van artikel 13 lid 2 onderdeel c Wbft 2019 brengt terecht tot uitdrukking dat de kosten van de toezichthouder voor eenmalige handelingen ten laste worden gebracht aan de persoon voor wie die handeling is verricht.&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Het CBb heeft het belang van dit uitgangspunt bevestigd. Voor de beoogde wijziging kan in&nbsp; andere woorden geen steun worden gevonden in de uitspraken van het CBb. Integendeel: met het Voorstel zou juist afbreuk worden gedaan aan de strekking van de uitspraken van het CBb en de uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de Wbft 2019. Die uitgangspunten zijn sinds de inwerkingtreding van deze wet onveranderd gebleven. Blijkens de wetsgeschiedenis is de in de Wbft 2019 neergelegde bekostigingssystematiek gebaseerd op het rapport Maat houden 2014. Die uitgangspunten gelden onverkort en daarvan kan niet middels de voorgestelde wijziging worden afgeweken.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Hetzelfde geldt voor artikel 15 lid 2 onderdeel a onder 1 Wbft 2019. Uit de huidige tekst van die bepaling volgt dat op de kosten die jaarlijks middels doorlopende heffingen in rekening kunnen worden doorbelast, in mindering moeten worden gebracht \u201cde begrote kosten\u201d voor eenmalige handelingen. Voorgesteld wordt om deze bepaling te wijzigen, zodat in mindering kunnen worden gebracht de begrote \u201copbrengsten\u201d voor eenmalige handelingen. Dit is niet louter een technische aanpassing. Op basis van deze wijziging zijn immers niet langer de kosten van eenmalige handelingen leidend, maar uitsluitend de opbrengsten van eenmalige heffingen. Die opbrengsten volgen uit de tarieven, die jaarlijks worden vastgesteld middels een ministeri\u00eble regeling. Indien de eenmalige heffingen voor bepaalde toezichthandelingen voor een bepaald jaar te laag worden vastgesteld, zal het daardoor ontstane tekort via de doorlopende heffingen in rekening kunnen worden gebracht \u2013 ongeacht de verwachte daadwerkelijke kosten. De wijziging doet daarmee afbreuk aan de waarborg om te komen tot kostendekkende eenmalige heffingen.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Overigens zijn er voldoende mogelijkheden om kosten van eenmalige handelingen kostendekkend te maken. Zo kunnen de toezichthouders de werkzaamheden voor eenmalige handelingen (zoals vergunningaanvragen) op basis van een uurtarief in rekening brengen. Dit is bijv. voor MiCAR vergunningaanvragen het geval.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>Toetsing van zorgvuldigheid, motivering en evenredigheid<\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Het CBb heeft in de uitspraken van afgelopen zomer verder geoordeeld dat het in belangrijke mate betrekken van kosten die zijn gemaakt voor eenmalige handelingen bij de totale kosten van het (doorlopend) toezicht, leidt tot een kostenvermenging die op gespannen voet staat met de uitgangspunten van de doorberekening van toezichtkosten zoals neergelegd in de Memorie van Toelichting bij de Wbft 2019. Het CBb heeft daarom geoordeeld dat een eventueel ontstaan tekort alleen in het opvolgende jaar via het exploitatiesaldo bij de berekening van de tarieven voor het doorlopend toezicht mag worden betrokken, indien dit in overeenstemming is met het zorgvuldigheidsbeginsel, het motiveringsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel.&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Namens de VBNL wordt verzocht om dit toetsingskader te verankeren op het niveau van de Wbft. Dit zou ook in lijn zijn met de aanbevelingen zoals die voortvloeien uit de Evaluatie Wbft 2019 om de mogelijkheden te verkennen om zeer hoge kosten of kostenstijgingen voor individuele instellen te voorkomen en om te defini\u00ebren wat er onder proportionaliteit moet worden verstaan.&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Het verankeren van het door het CBb uiteengezette toetsingskader zou ook bijdragen aan de door de MiCAR nagestreefde doelstellingen, te weten het voorkomen van versnippering van regelgeving, het cre\u00ebren van een gelijk speelveld op de Uniemarkt en het voorkomen van onevenredige administratieve lasten.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Meer concreet zou aan artikel 15 Wbft 2019 een nieuw lid of nieuw onderdeel kunnen worden toegevoegd, waaruit volgt dat een exploitatietekort met betrekking tot eenmalige handelingen uitsluitend middels heffingen voor doorlopend toezicht in rekening kan worden gebracht, indien dit door de lagere regelgever in voldoende mate wordt gemotiveerd en evenredigheid is. Een dergelijke doorberekening moet ook voldoen aan het zorgvuldigheidsbeginsel.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Hiermee wordt aangesloten bij het oordeel van het CBb dat het in strijd met de algemene rechtsbeginselen is om niet door de vergoeding voor eenmalige handelingen gedekte kosten via het exploitatiesaldo door te berekenen middels heffingen voor doorlopend toezicht, indien een kenbare en deugdelijke motivering van de keuze van de regelgever en zijn besluitvorming daaromtrent ontbreekt.&nbsp; Een dergelijke doorberekening dient volgens het CBb ook te voldoen aan het&nbsp; evenredigheidsbeginsel, hetgeen alleen kan worden beoordeeld indien de keuze daarvoor kenbaar en deugdelijk is gemotiveerd.&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De overwegingen van het CBb zijn van fundamentele waarde en van groot belang voor een juiste uitvoering van de heffingssystematiek. Het ligt dan ook in de rede om de essentie daarvan op wettelijk niveau vast te leggen. Dit draagt bij aan de rechtszekerheid en versterkt de legitimiteit van de opgelegde heffingen.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Herinvoering van overheidsbijdrage<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De VBNL vraagt in meer algemene zin aandacht voor de financieringsstructuur van het financieel toezicht en, meer specifiek, de herinvoering van de overheidsbijdrage als bron van medefinanciering van het toezicht. De afgelopen jaren is hier geregeld over gesproken tijdens overleggen met het Ministerie van Financi\u00ebn en de toezichthouders (AFM en DNB).&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">In het verleden droeg de Staat jaarlijks bij aan de financiering van de AFM en DNB. Deze overheidsbijdrage is afgeschaft in 2013. In de Memorie van Toelichting bij de betreffende Wijzigingswet is verwezen naar het rapport Maat Houden 2014.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De toezichtkosten zijn sindsdien in belangrijke mate toegenomen. De huidige praktijk van volledige doorbelasting van toezichtkosten aan onder toezicht staande instellingen leidt tot disproportioneel hoge lasten voor bepaalde categorie\u00ebn van onder toezicht staande&nbsp; ondernemingen, waaronder cryptodienstverleners, en doet afbreuk aan de voorspelbaarheid van de toezichtlasten. Een evenwichtige medefinanciering door de overheid draagt bij aan een robuuste en effectieve uitvoering van toezicht zonder excessieve lastendruk op de markt. Hierbij komt dat een belangrijk deel van het toezicht ziet op onderwerpen die raken aan publieke belangen, zoals het waarborgen van de integriteit van het financi\u00eble stelsel.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Het toezicht op cryptodienstverleners is binnen de Europese Unie geharmoniseerd. Onder MiCAR zijn nationale autoriteiten (zoals de AFM en DNB) verantwoordelijk voor het verlenen van vergunningen en het uitoefenen van toezicht, binnen het uniforme Europese raamwerk dat MiCAR biedt. Ten aanzien van toezichtkosten is echter sprake van grote verschillen. In andere lidstaten wordt bij de bekostiging van financieel toezicht een overheidsbijdrage gehanteerd, op basis waarvan de overheid een substantieel deel van de toezichtfinanciering voor haar rekening neemt. In Nederland daarentegen worden de toezichtkosten <em>volledig<\/em> doorbelast aan de onder toezicht staande ondernemingen.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Deze situatie leidt tot een verstoord <em>level playing field<\/em> binnen de interne markt: ondernemingen kunnen worden aangezet tot regulatory arbitrage, waarbij zij ervoor kiezen zich in een lidstaat te vestigen met lagere toezichtkostendruk. Dit staat haaks op de doelstelling van MiCAR om uniforme voorwaarden voor toegang tot de interne markt te cre\u00ebren en vrije vestiging en dienstverrichting van cryptodienstverleners te faciliteren zonder onnodige belemmeringen.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De afgelopen periode heeft de AFM zich in positieve zin uitgelaten over herinvoering van de overheidsbijdrage. Zie de volgende uitlatingen van de AFM richting het Ministerie van Financi\u00ebn in het kader van de inwerkingtreding van MiCAR, die openbaar zijn geworden&nbsp; volgend op een Woo verzoek (<a href=\"https:\/\/www.rijksoverheid.nl\/documenten\/publicaties\/2024\/05\/23\/documenten-bij-besluit-op-woo-verzoek-over-vorming-nederlandse-cryptocurrency-beleid\">Documenten bij besluit op Woo-verzoek over vorming Nederlandse cryptocurrency beleid<\/a>, openbaar gemaakt op 23 mei 2024, documentnummers 44, 76 en 77 &#8211; onderstrepingen toegevoegd):<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>\u201c(\u2026) begrijpen de boodschap van Financi\u00ebn dat een <\/em><em>overheidsbijdrage<\/em><em> op deze onderwerpen momenteel politiek niet haalbaar, vanwege de demissionaire status van het kabinet. <\/em><em>Wat de AFM betreft zou een dergelijke bijdrage voor deze toezichtonderwerpen opportuun en passend zijn en bijdragen aan de proportionaliteit van de kosten voor de sector<\/em><em>, met name voor de kleinere partijen.\u201d<\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>\u201cWe beseffen ons dat deze inschatting betekent dat het cryptotoezicht voor cryptodienstverleners kostbaar zal zijn. We willen graag benadrukken dat een substantieel deel van de kosten ziet op integriteitstoezicht. Je zou kunnen beargumenteren dat <\/em><em>het onevenredig is deze kosten volledig te versleutelen over partijen die een vergunning in Nederland hebben<\/em><em>. Dit geeft wat ons betreft <\/em><em>aanleiding om het bekostigen van het integriteitstoezicht vanuit een overheidsbijdrage nader te overwegen<\/em><em>.\u201d<\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>\u201cEen substantieel deel van deze kosten komt voort uit het integriteitstoezicht op de cryptomarkt en het behoeden van Nederlandse consumenten die door illegale en\/of vanuit het buitenland opererende partijen worden benadeeld. <\/em><em>Dit geeft wat ons betreft aanleiding om dit onderdeel van het toezicht vanuit een directe overheidsbijdrage te bekostigen<\/em><em>;\u201d<\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Voor herinvoering van de overheidsbijdrage is wijziging van de Wbft 2019 vereist. De thans voorgestelde wijziging van deze wet biedt hiervoor een passende gelegenheid. De VBNL verzoekt de regelgever om in het Voorstel de herinvoering van de overheidsbijdrage expliciet mee te nemen.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Uit recente beleidsdocumenten volgt dat dit onderwerp de aandacht heeft van het Ministerie&nbsp; van Financi\u00ebn. Dat in andere landen sprake is van een overheidsbijdrage, is door de Minister van Financi\u00ebn onderkend. Zie opnieuw het verslag van het overleg van de vaste commissie voor Financi\u00ebn van de Tweede Kamer op 11 september 2025 met de Minister van Financi\u00ebn. Tijdens dit overleg heeft de Minister van Financi\u00ebn het volgende gezegd:&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">\u201c<em>Tegelijkertijd vraag ik hun <\/em>[d.w.z. AFM en DNB]<em> begrip voor het feit dat we hier een mooie sector willen behouden en dat we die kosten wel overslaan op de sector, terwijl in andere landen de overheid een deel van die kosten op zich neemt. Daardoor kun je misschien op macroniveau zeggen dat de toezichtlasten in de pas lopen met andere landen, maar ja, wij slaan ze over de hele financi\u00eble sector waardoor ze wel meer gevoeld worden in het bedrijfsleven.<\/em>\u201d&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Gelet op het Europeesrechtelijke karakter van het cryptotoezicht onder MiCAR en de noodzaak van een gelijk speelveld binnen de interne markt, verdient de herinvoering van de overheidsbijdrage bij de bekostiging van financieel toezicht in Nederland bijzondere aandacht bij de verdere behandeling van het Voorstel.&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De Minister van Financi\u00ebn heeft tijdens het bovengenoemde overleg met de vaste commissie Financi\u00ebn laten weten nadere informatie te zullen verstrekken aan de Tweede Kamer over de toezichtkosten en een internationale vergelijking te zullen uitvoeren, naar onder andere toezichtkosten en het vestigingsklimaat, om te kijken waar verbeteringen mogelijk zijn. Het ligt in de rede om die nadere informatie en het debat daarover af te wachten, alvorens het Voorstel verder in behandeling te nemen.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Evaluatie bekostigingssystematiek<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Artikel 16a van de Wbft 2019 verplicht om de wet vijf jaar na inwerkingtreding te evalueren op doeltreffendheid en effecten in de praktijk. Vorig jaar is op basis van deze bepaling de <a href=\"https:\/\/www.rijksoverheid.nl\/documenten\/rapporten\/2025\/06\/12\/evaluatie-wbft-2019-proportionaliteit-stabiliteit-en-flexibiliteit\">bekostigingssystematiek ge\u00ebvalueerd<\/a>.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De VBNL benadrukt dat het van belang is dat de voorgenomen wijziging, wanneer definitief doorgevoerd, expliciet wordt meegenomen in de eerstvolgende evaluatie.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Van belang is dat de uitkomsten van de periodieke evaluatie waar nodig leiden tot relevante aanpassingen van het wettelijk kader. Zo is in de evaluatie van afgelopen jaar aandacht gevraagd voor de overheidsbijdrage:<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>\u201cDe zorgen over de hoogte van de toezichtskosten voor kleine instellingen is ge\u00efdentificeerd door de werkgroep heffingen, een gezamenlijk werkgroep van Financi\u00ebn en DNB met de AFM als toehoorder. Voor (integriteits)toezicht heeft de werkgroep geconstateerd dat bij een aantal categorie\u00ebn waar de populatie deels uit kleine instellingen bestaat, de hoogte van de heffingen ten opzichte van de omzet verhoudingsgewijs hoog ligt ten opzichte van andere toezichtcategorie\u00ebn. De werkgroep heeft daarbij vastgesteld dat die kosten alleen op structurele basis kunnen worden gedrukt door een alternatieve financieringsbron, bijvoorbeeld een bijdrage uit algemene middelen (zoals een \u2018overheidsbijdrage\u2019). (\u2026)&nbsp;<\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><em>Daarnaast leidt dit tot de roep om een overheidsbijdrage aan de kosten van toezicht, mogelijk specifiek voor kleine of innovatieve sectoren of voor kosten van een bepaald type toezicht, zoals integriteitstoezicht. Een dergelijke discussie wordt vooralsnog beperkt gevoerd, bij panelbijeenkomsten is het onderwerp wel ter tafel gekomen. Deze discussie heeft tot op heden niet tot fundamentele beleidswijziging geleid.\u201d<\/em><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Zoals hiervoor genoemd ligt het in de rede om dit onderwerp te adresseren in het kader van de voorgestelde wijziging van de Wbft 2019 en het beginsel van volledige doorberekening te herzien. De Minister van Financi\u00ebn wordt verzocht om zijn eerdere standpunt dat hier onvoldoende aanleiding voor zou zijn, te heroverwegen.&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\"><strong>Tot slot<\/strong><\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">De VBNL hoopt dat het bovenstaande een constructieve bijdrage levert aan het wetgevingsproces. De VBNL is graag bereid tot het geven van een nadere mondelinge of schriftelijke toelichting.<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Hoogachtend,&nbsp;<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Bert de Groot<\/p>\n\n\n\n<p class=\"wp-block-paragraph\">Voorzitter VBNL<\/p>\n","protected":false},"excerpt":{"rendered":"<p>Datum: 25 januari 2026 Inleiding De Verenigde Bitcoinbedrijven Nederland (VBNL) is de Nederlandse branchevereniging van aanbieders van cryptoactivadiensten. De VBNL heeft kennisgenomen van het concept voorstel voor wijziging van de Wet bekostiging financieel toezicht 2019 (hierna: het Voorstel). Aanleiding voor het Voorstel zijn twee uitspraken van het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) over [&hellip;]<\/p>\n","protected":false},"author":2,"featured_media":0,"comment_status":"open","ping_status":"open","sticky":false,"template":"","format":"standard","meta":{"_acf_changed":false,"footnotes":""},"categories":[10],"tags":[],"class_list":["post-1102","post","type-post","status-publish","format-standard","hentry","category-position-papers"],"acf":[],"_links":{"self":[{"href":"https:\/\/www.vbnl.org\/en\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/1102","targetHints":{"allow":["GET"]}}],"collection":[{"href":"https:\/\/www.vbnl.org\/en\/wp-json\/wp\/v2\/posts"}],"about":[{"href":"https:\/\/www.vbnl.org\/en\/wp-json\/wp\/v2\/types\/post"}],"author":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vbnl.org\/en\/wp-json\/wp\/v2\/users\/2"}],"replies":[{"embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vbnl.org\/en\/wp-json\/wp\/v2\/comments?post=1102"}],"version-history":[{"count":2,"href":"https:\/\/www.vbnl.org\/en\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/1102\/revisions"}],"predecessor-version":[{"id":1104,"href":"https:\/\/www.vbnl.org\/en\/wp-json\/wp\/v2\/posts\/1102\/revisions\/1104"}],"wp:attachment":[{"href":"https:\/\/www.vbnl.org\/en\/wp-json\/wp\/v2\/media?parent=1102"}],"wp:term":[{"taxonomy":"category","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vbnl.org\/en\/wp-json\/wp\/v2\/categories?post=1102"},{"taxonomy":"post_tag","embeddable":true,"href":"https:\/\/www.vbnl.org\/en\/wp-json\/wp\/v2\/tags?post=1102"}],"curies":[{"name":"wp","href":"https:\/\/api.w.org\/{rel}","templated":true}]}}